Rijkdom en schoonheid met blazersensemble

Rijkdom en schoonheid met blazersensemble

Op 21 juni had Stichting Classic Concerts het blazersensemble Septentriones naar de Dorpskerk weten te halen. Het werd een bijzonder concert met allerlei onbekende moderne klassieke muziek. Dirigent Herman Draaisma vertelde bevlogen over wat je in deze muziek zou kunnen horen.

Het was warm op deze eerste zomerdag, en de kerk vulde zich loom. In de kerk zelf was het ook warm, en dat had de musici een beetje overvallen. Er was een dwarsfluit gevallen en een klarinet onbespeelbaar. Dus werd er gespeeld met een in allerijl gebrachte klarinet van een kennis.

Met zakdoekjes voor het zweet in de aanslag speelde het blazersensemble een aantal Russische volkswijsjes, opgetekend door Anatoli Ljadov (1855-1914). Wat klonk dat meteen fris en helder in onze Dorpskerk. Het ensemble bestaat uit dwarsfluiten, hobo’s, klarinetten, hoorns, fagotten en een contrabas. In deze harmonie klonk de meerstemmigheid, die bij Russische muziek zo vanzelf gaat, geweldig.

Dirigent Herman Draaisma vertelde ons dat de ster van de Britse componist Ruth Gipps (1921-1999) rijzende is en adviseerde ons: “Open uw hart, misschien vindt u het later wel mooi.” Haar muziek was een ongewone samenkomst van klanken. Het heette de ‘Wind Sinfonietta’ en het wapperde, dwarrelde en flapperde. Het was nieuw en optimistisch.

De nog jongere Franco Cesarini (geb. 1961) klonk toegankelijker, met als mooi moment een tegenstelling aan scherpe tegenover zware klanken die de dirigent terugbracht naar een schattig volkswijsje. In het derde deel van ‘Divertimento opus 4’ ontspoorde het een beetje. Het was als een kakelklas die de dirigent dan toch weer meesterlijk onder controle kreeg en liet groeien. Die man leeft deze muziek!

Na de pauze kwam Max Reger (1873-1916). Van zijn ‘Träume am Kamin’ kregen wij de eerste drie stukken. De dirigent dook weer in de muziek. We hoorden aan de ene kant het rustige babbelen bij de haard van fluit, klarinet en hobo, met aan de andere kant de contrabas, fagot en hoorn als een warme stoel, als een diepte waar je in kon wegzakken. Later kwam er dan toch de twijfel, de hoop, de wanhoop en regelrecht de onstuimigheid van het leven. De dirigent haalde erbij uit, de armen wijd, maakte zich daarna weer klein en trok zo zorgvuldig en expressief aan de touwtjes.

Als laatste speelde het blazersensemble de suite ‘Pan’ van Max Brauer (1855-1918) voor tien blazers en contrabas. De dirigent repte van programmamuziek, dirigeerde het orkest tot een paar fragmenten ter verduidelijking, en liet ons daarna los in het luisteren. En we hoorden wat hij ons had verteld: het gelukkige woud, de storm en het gevaar, en bovenal de toorn van Pan. Als de hoorn inzette dan werd het ineens weer orkestraal. Samenwerking was het antwoord op het gevaar. Allemaal samen in de muziek. En de hoorn bezegelde de afspraken. Prachtig!

Dit ensemble is een geweldig op elkaar ingespeeld orkest met een inspirerende en magnifieke dirigent. In de warmte was hun frisse en heldere concert een oase van rijkdom en schoonheid.

Lies van Dinther


Comments are closed.